Geschiedenis

Geschiedenis ’t Zand

’t Zand ontstond omstreeks het midden van de achttiende eeuw als buurtschap rondom het logement ’t Wapen van Alkmaar. In 1733 stonden er nog maar tien gewone huizen aan de Bosweg, bewoond door een gegoede herbergier, twee wagenmakers, een smid, een schoolmeester/belastinginner, een timmerman, een schoenmaker, iemand met een trekschuit en een rentenier.

Omstreeks 1770 reisde men in vier uur van Alkmaar naar Schagerbrug met de trekschuit. De bevaarder van de trekschuit: ,,Van Schagerbrug vaart ook een trekschuitje, het welk u in een uurtje brengt door de Zijpe tot eene herberg, het zand genoemt, waar des morgens ten negen, en des namiddags ten twee uren een bolderwagen in twee uren naar Helder rijdt.”
Na de aanleg van het Noord-Hollands kanaal (1824) groeide ’t Zand uit tot een dorp. Landbouw was en bleef het hoofdmiddel van bestaan, maar na 1890 ontwikkelden zich enkele timmer- en kaasfabriekjes langs het kanaal, profiterend van de mogelijkheid van vervoer over water. Rond de eeuwwisseling bezat ’t Zand een station van de paardenposterij.

Vlotbrug

De huidige karakteristieke vlotbrug in het Kanaaldorp stamt uit 1949.  Daar ging echter al een geschiedenis aan vooraf. Bij de aanleg van het Noord-Hollands kanaal in 1824 was het moeilijk en heel duur om ophaalbruggen te maken die vijftien meter konden overspannen, laat staan de 37 meter die het Noord-Hollands kanaal breed was. Die breedte had het kanaal omdat bepaald was dat een linieschip (marine) en een grote koopvaarder elkaar moesten kunnen passeren. Men wilde met pontjes gaan werken, maar dat stuitte op grote bezwaren van de Zijpenaren: teveel tijdverlies, ’s nachts was bij zwaar weer de pontschipper van de overzijde niet uit zijn bed te krijgen (hij hoorde je gewoon niet), bij vorst of storm zou men niet naar de kerk kunnen en het zou onmogelijk zijn voor de mensen ten oosten van het kanaal om de Hondsbossche bij gevaarlijk weer te hulp te schieten. Dus werd uiteindelijk gekozen voor het systeem van de vlotbrug, dat simpel en doeltreffend was. Aan weerszijden van het kanaal werd daartoe een vast bruggedeelte gebouwd dat enkele meters het water in stak. Tussen deze min of meer vaste brugdelen dreven twee vrij lange vlotten, dicht bij elkaar gehouden. Als er een schip door moest werd de verbinding los gemaakt en werden de vlotten onder de vaste brugdelen getrokken. In 1922 werd echter de draagkracht van de vlotbrug in ’t Zand te gering, waarop ijzeren drijfkisten voor versterking gingen zorgen. In 1949 werd deze brug vervangen door de huidige pontonbrug.